Wij zakten bijna voor onze eigen test
Wat er gebeurde toen we onze scanner op ons eigen domein richtten
We bouwden een tool die domeinen scant op niet-Europese afhankelijkheden. Toen wilden we onze sitemap aanmelden bij Google Search Console — en ontdekten dat onze eigen scanner ons daarvoor zou afstraffen. Dat ongemak bleek het nuttigste dat de tool ons tot nu toe heeft opgeleverd.
We bouwen op dit platform een scanner die van elk domein nagaat hoe Europees de digitale infrastructuur erachter is. Nameservers, hosting, mailservers, CDN, certificaten, DNS-zichtbare SaaS-koppelingen. Je voert een domein in en krijgt een cijfer met een onderbouwing.
Vorige week liepen we tegen een kapotte sitemap aan. Vijf van onze achttien URL's verwezen naar pagina's die niet bestonden — een verhuizing naar een /legal/-pad die nooit in de sitemap was doorgevoerd. Gefikst. Daarna de logische vervolgstap: Google laten weten dat er een nieuwe sitemap klaarstaat. Dat doe je via Google Search Console, en dat vraagt om een verificatierecord in je DNS.
Op dat moment viel het kwartje.
Onze eigen scanner kent dat record
In de code die wij zelf schreven staat een lijst met verificatiepatronen die een domein verraden. Welke diensten gebruik je, te zien aan wat er in je DNS staat? Bovenaan die lijst:
"google-site-verification": ("Google Search Console", "non-eu")
Dat hebben we er zelf in gezet. Terecht ook — het is een goed signaal. Als een organisatie zo'n record heeft, gebruikt ze Google Search Console, en dat is een Amerikaanse dienst onder Amerikaanse jurisdictie.
We hebben het nagerekend op ons eigen domein. Zonder dat record scoort onze infrastructuur 50 van de 100 met de status onbekend: we hebben simpelweg geen DNS-zichtbare SaaS-koppelingen. Met dat ene record erbij wordt het 0 van de 100 met de status niet-Europees, en komt er een regel in het rapport te staan:
Non-EU services: Google Search Console
Dat rapport is openbaar. Iedereen kan ons eigen domein door onze eigen tool halen. We zouden, op een platform over digitale soevereiniteit, zichtbaar gezakt zijn voor onze eigen test — voor het gemak van een sneller geïndexeerde sitemap.
De vraag die we onszelf toen stelden
De eerste reflex is een uitvlucht zoeken. Die is er ook: Google Search Console is een meetinstrument, geen onderdeel van je dienstverlening. Je klanten raken het niet. Je data loopt er niet doorheen. Meten is toch iets anders dan afhankelijk zijn?
Het is een echt argument. Maar het is precies het argument dat wij elke dag van organisaties horen over hún uitzondering. "Ja, maar bij ons is het anders, want het is maar een klein stukje." Als we dat bij onszelf laten gelden, mogen we het bij niemand anders meer wegstrepen.
Dus stelden we de betere vraag: wat verliezen we nu echt als we het niet doen?
Gevonden worden en gemeten worden zijn twee dingen
Dat bleek de kern, en het scheelde veel minder dan we dachten.
Een zoekmachine ontdekt je sitemap via een regel in je robots.txt:
Sitemap: https://eucompany.org/sitemap.xml
Die regel stond er al. Het is de officiële, leverancier-neutrale route die elke zoekmachine leest, Google incluis. Google zette in 2023 zelfs zijn losse aanmeld-endpoint uit — ongeverifieerde aanmeldingen leverden volgens het bedrijf vooral spam op — en verwees daarbij expliciet naar robots.txt als route die gewoon ondersteund blijft. Je hebt geen account, geen verificatie en geen record in je DNS nodig om geïndexeerd te worden.
Wat Search Console daarbovenop geeft is rapportage: welke zoektermen mensen gebruikten, hoe vaak je verscheen, op welke positie. Plus de mogelijkheid een pagina met voorrang te laten ophalen.
Het verschil is dus niet wel of niet gevonden worden. Het is uren of dagen, en wel of geen zoektermen. Voor een platform dat niet van realtime nieuws leeft is dat eerste verwaarloosbaar. Het tweede is een echt verlies — maar een beperkt verlies, want onze eigen analytics laat de bezoeken gewoon zien. Alleen de zoekwoorden blijven weg.
En het technische deel van die rapportage — werkende URL's, canonicals, gestructureerde data, gezondheid van de sitemap — dat controleren we al zelf, elke nacht, met onze eigen audit. Dat is hoe we die kapotte sitemap überhaupt vonden.
De Europese alternatieven, eerlijk
Hier past geen mooi verhaal. Wie zijn eigen index heeft, bepaalt wat webmasters te zien krijgen, en dat zijn er in Europa weinig.
Seznam, uit Tsjechië, is de serieuze uitzondering: een eigen index en eigen webmastertools. Voor een Tsjechische doelgroep is dat een reële optie. Voor een Nederlandse levert het vrijwel geen bezoek op.
Het IndexNow-protocol, waarmee je wijzigingen actief aanmeldt, bereikt Bing, Yandex, Seznam en Naver. Daarvan valt Microsoft voor ons af omdat het Amerikaans is, en Yandex omdat Rusland buiten onze definitie van Europees valt. Wat overblijft is Seznam — en dan ben je terug bij dezelfde afweging.
Dat is de eerlijke stand van zaken: op dit ene terrein is er geen volwaardig Europees alternatief dat bereik oplevert. Dat opschrijven hoort erbij. Een keurmerk dat alleen de makkelijke gevallen benoemt, is niets waard.
Wat we besloten
Geen Search Console. De sitemap wordt gevonden via robots.txt, de techniek bewaken we zelf, en we nemen het verlies aan zoekwoorddata voor lief.
Belangrijker dan het besluit is hoe we eraan kwamen. Wij ontdekten dit niet door principieel te zijn, maar doordat een tool die we zelf gebouwd hadden ons toevallig betrapte op het moment dat we gemakzuchtig werden. Zonder die scanner hadden we dat record toegevoegd zonder er één seconde over na te denken. Precies zoals het overal gebeurt: niet uit onverschilligheid, maar omdat het de standaardstap is en niemand op dat moment de vraag stelt.
Dat is waar het bij afhankelijkheid meestal misgaat. Niet bij de grote migratie waar een stuurgroep over vergadert, maar bij de kleine vanzelfsprekende handeling die niemand als een keuze herkent.
Als je één ding uit dit stuk meeneemt: richt je eigen maatstaf een keer op jezelf, op een moment dat het ongelegen komt. Dat is wanneer je er iets van leert.
Je kunt je eigen domein door dezelfde scan halen. Wij hebben niets achtergehouden — ons resultaat staat er net zo goed in.